In het boek ‘Ons Verhaal II’ staan 21 inspirerende ondernemersverhalen. Ondernemers van Oost-Brabantse familiebedrijven vertellen over de historie en bedrijfsopvolging van de ene op de andere generatie. Jan ter Horst vertelt over Ter Horst van Geel


“Trots zijn wij zeker, maar het kan altijd beter”

Het familiebedrijf Ter Horst van Geel is opgericht in 1958 door vader Toon ter Horst. Sindsdien is het bedrijf uitgegroeid tot een gevestigde naam in de damesmode. Jan ter Horst heeft, samen met zijn broer en zus, het bedrijf overgenomen van zijn vader. Hij vertelt over de kracht van het familiebedrijf en de tien kledingwinkels die zij voeren.

“Mijn vader komt uit een echte ondernemersfamilie. Opa en oma zijn in 1923 in Kampen gestart met een bedrijf in bontverwering en fournituren”, steekt Jan van wal. “Zij hadden een gezin van elf kinderen en er moest brood op de plank komen. Alle broers en zussen zijn uiteindelijk in de kleding terecht gekomen. Mijn vader had sterk het idee dat hij voor zichzelf wilde beginnen, los van het familiebedrijf. Zo is hij in 1958 tijdens carnaval in contact gekomen met iemand die hem een pand in Oss tipte. Op een carnavalsmiddag is hij gaan kijken. Vrij kort daarna kocht hij het pand. In de jaren ’60 kwamen de eerste kinderen, waarvan ik de oudste ben van vijf. Dat leidde tot een duidelijke rolverdeling tussen mijn ouders. Mijn moeder richtte zich op het gezinsleven, terwijl vader in 1968 een tweede winkel opende in Veghel. Hij bouwde het bedrijf verder uit. In 1971 volgde een winkel in Veenendaal, in 1972 in Nijmegen. Inmiddels bestaat Ter Horst van Geel uit tien winkels”.

De tweede generatie in het bedrijf

Als kind werkte Jan al in de winkel. Hij verrichtte elke zomervakantie allerlei hand- en spandiensten. Net als zijn broers en zussen. Jan: “Op school koos ik een commerciële richting, maar ik besefte mij al snel dat ik de HEAO te theoretisch vond en ik juist in de praktijk wilde leren. In 1981 ben ik in de zaak gaan werken. Ik kreeg een eigen zaakje onder de vlag van Ter Horst van Geel, gericht op spijkerbroeken. Met mijn negentien jaar kreeg ik van mijn vader carte blanche om leuke merken in te kopen. Ik liep al jaren rond tussen de mode en had er inmiddels oog voor ontwikkeld. Al snel deed ik de volledige inkoop en dat liep als een trein. In 1987 zijn mijn andere broers en zussen ook in het familiebedrijf gaan werken”.

Vader Toon had duidelijk voor ogen dat zijn kinderen het bedrijf over zouden nemen. Alhoewel hij daar geen druk oplegde. Jan: “Ik voelde onbewust wel dat het verwacht werd en er een bepaalde verantwoordelijkheid lag. Maar ik wilde het vooral vanuit eigen beweging. In 1989 is mijn vader geleidelijk gestart met het overdragen van zijn bedrijf. Aan alle vijf de kinderen. Gelijke monniken, gelijke kappen. Op 1 januari 1991 was alles definitief overgedragen, tot aan het laatste potlood toe”.

We vormen een eenheid

De nieuwe generatie werd geaccepteerd door de medewerkers. Qua bedrijfsvoering traden de kinderen duidelijk in de voetsporen van vader. Enkel in de tijdsgeest werden dingen anders gedaan, om met de tijd mee te gaan. Jan: “Vanaf 1987 tot 1991 hebben wij, als broers en zussen, aan elkaar kunnen wennen. Dat was een bewuste keuze van pa. Hij wilde alles goed geregeld hebben. Hoewel het in de beginfase aftasten was, zijn we in de loop der jaren een eenheid geworden. Alle keuzes die wij maken zijn gerelateerd aan de familie. Vanuit daar opereren we vandaag de dag nog steeds. De naam Ter Horst van Geel, daar doen we alles voor. Een van mijn zussen is in 2000 uit het bedrijf gestapt, omdat zij een ander pad wilde vervolgen”.

“Er was direct een vergadercultuur tussen alle familieleden in het bedrijf. Alles werd besproken met elkaar en genoteerd in grote oude schriften. Met zijn vieren deden we de inkoop in Amsterdam. Mijn vader, ik, broer Peter en zus Monique bespraken alles in de auto. We houden elkaar scherp en in balans”, vertelt Jan. “We hadden overigens wel een duidelijke stelregel dat onze partners geen rol in het bedrijf zouden spelen. Dat is vroeger in de familie van mijn vader jammer genoeg misgelopen. Vandaar dat we dit puur gescheiden houden”.

Adagium Bedrijfsoverdrachten - Ter Horst Van Geel

Trots

Na de overdracht zat vader Toon er de eerste jaren nog kort op, om alles goed te laten verlopen. Na vier jaar trad hij wat meer naar de achtergrond. Jan: “Mijn ouders deden alles altijd in goed overleg. Pa vroeg mijn moeder om haar mening en daarna nam hij de belangrijke beslissingen. Helaas is onze vader in 2007 overleden. Maar dat hij trots was op wat er stond, daar ben ik van overtuigd. Onze moeder wil nu nog steeds weten hoe het met de winkels gaat, zij is ‘not amused’ als ik op zondag niet gebeld heb. Bij het 60-jarig bestaan in 2018 heeft mijn moeder vol trots het hele bedrijfsverhaal verteld in een leuke video”.

Typerend voor Ter Horst van Geel is dat zij het samen doen. Door dik en dun. Jan: “Daar staan we nog steeds voor. Met elkaar en met onze klanten en leveranciers. Betrouwbaarheid is daarbij een belangrijke term voor ons, we hebben namelijk een naam hoog te houden. Wij zijn geen familie die iedere zondag bij elkaar op bezoek gaat, maar we zijn er juist op de momenten dat het ertoe doet”.

Jan: “Trots op wat er staat zijn wij zeker, maar het moet er niet vanaf druipen. We zijn gewoon onderdeel van het team en steken onze handen net zo goed uit de mouwen. Daarbij staan we ook niet zo vaak stil bij datgene wat we bereikt hebben. Ik kijk altijd naar wat er beter kan, want als er niks te verbeteren is dan is het ook niet goed”.

Een nieuwe generatie?

In de familie Ter Horst van Geel zijn acht kleinkinderen. De kans dat er een volgende generatie opstaat is zeker aanwezig. Jan: “Zelf heb ik vier zonen, mijn broer drie dochters en mijn andere broer heeft een dochter. De tijd zal het uitwijzen wie er daadwerkelijk de stap gaat zetten en de capaciteiten heeft. We zouden het natuurlijk geweldig vinden als er een 3de generatie komt. In de praktijk bereiden we het bedrijf wel voor op een eventuele nieuwe stap. Maar het is niet zo dat we een bepaalde druk neerleggen bij onze kinderen. Bovendien heb ik nog steeds de energie om en ben ik voorlopig nog niet van plan om te stoppen. Er staan enkele verbouwingen van de winkels en het hoofdkantoor op de planning. Dat betekent dat er over vijf jaar nog steeds een sterk familiebedrijf staat. Daar durf ik mijn handtekening wel onder te zetten”.