Drie generaties
Het verhaal begint bij de grootvader van Ton en Alber, die in 1927 in Nijmegen een begrafenisonderneming oprichtte. Zoals veel uitvaartverzorgers in die tijd rolde hij vanuit het kosterschap in het vak: mensen bijstaan bij een overlijden, de buurt aanzeggen en de laatste zorg regelen. Het ambacht ging over op de volgende generatie en vond zijn thuis in Veghel. Ton en Alber groeiden ermee op, aanvankelijk zonder de ambitie om het over te nemen van hun vader en ooms. Beiden kozen eerst een andere weg, maar toch bleek het vak te trekken.
Een eigen stempel drukken
Toen de broers het bedrijf eind jaren negentig overnamen, konden zij het naar eigen inzicht vormgeven. Ze braken met het klassieke beeld van de begrafenisondernemer. Waar het vak jarenlang synoniem stond voor het zwarte pak en de hoge hoed, kozen zij voor donkerblauw en gaven ze de rouwauto’s een andere kleur. Ton herinnert zich een collega die daar anders in stond: “Ik kwam ooit bij een branchebijeenkomst in spijkerbroek en blouse. Er zat een ondernemer in een driedelig zwart pak met zwarte paraplu, die tegen mij zei: je hebt de verkeerde kleren aan. Wij dachten daar anders over en liepen een stap voor de troepen uit.”
Onder hun leiding bouwde Claassen uitvaartcentra in Schijndel en Uden en ontwikkelde het een eigen zorgteam. Voor beide broers zat de aantrekkingskracht van het werk juist in de combinatie. Alber: “Het is altijd het samengaan geweest van ondernemen en het verzorgen van uitvaarten. Die combinatie heeft me altijd energie gegeven.” Ton vult aan: “Natuurlijk is het regelen van uitvaarten eervol werk, maar het waren juist de ontwikkelingen daaromheen die het voor ons mooi maakten.”
De knoop doorhakken
Ton is 67, Alber anderhalf jaar jonger. Na een werkzaam leven in het vak kwam de vraag naar de volgende stap steeds nadrukkelijker op tafel. Opvolging binnen de familie was er niet, en ook binnen het bedrijf lag die niet voor de hand. “Iedereen snapt dat het op een gegeven moment tijd wordt,” zegt Alber. “Werken vind ik niet erg, maar de verantwoordelijkheid die bij het ondernemen komt kijken, daar wil ik op mijn leeftijd wel afscheid van nemen.”
Ervaring met overnames hadden de broers al. Een eerder traject, dat zij samen met Adagium doorliepen, bracht hun het prachtige pand in Veghel, met de aula en koffiekamer waar nu families samenkomen voor een afscheid. Datzelfde traject leerde hun hoezeer een goede overdracht staat of valt met voorbereiding en de juiste mensen. “De ene overname is de andere niet,” zegt Alber. “Daarom vlogen we het deze keer rustig en weloverwogen aan.”
Kiezen op gevoel
Ralph Smeets van Uitvaartstudio had al enkele jaren belangstelling getoond. Eerder was het niet het juiste moment, maar toen de broers besloten door te pakken, speelden zij zijn naam door aan Adagium. Er was ook een andere gegadigde in beeld, maar diens visie sloot minder goed aan. “Bij Uitvaartstudio was er een duidelijk uitgangspunt. Ralph heeft meerdere uitvaartondernemingen overgenomen en weet waar hij over praat. Hij wil verder met de medewerkers en de naam van Claassen in de regio,” vertelt Ton.
De regie uit handen geven
Voor de begeleiding was de keuze voor Adagium snel gemaakt. Met Albert Dominicus en zijn team hadden de broers al eerder samengewerkt, onder meer bij een eerdere overname. “Waarom zou ik naar Eindhoven of Den Bosch gaan, als ik het hier vertrouwd en dichtbij kan regelen,” zegt Ton.
Albert voerde eerst afzonderlijk gesprekken met de broers en met de kopende partij, en bracht de partijen daarna bij elkaar. Vervolgens nam Jasper van Geffen het voortouw in het traject, als vaste contactpersoon. Alber: “Het was ook prettig dat Jasper gedurende het traject een goede, directe lijn had met de koper. Dat hielp om het gesprek soepel te laten verlopen.” Hij droeg het dossier, verzorgde het cijfermatige deel en vertaalde de technische details naar begrijpelijke taal. Ook onderhield hij het contact met de advocaat die het contract opstelde. “Ze pakten duidelijk hun rol en hielden de vaart in het traject. Toen de koperszijde de overdracht wilde uitstellen, hield Adagium vast aan de afgesproken datum en drukte die door,” leggen de broers uit.
“Wij hebben er geen verstand van, ik ben gewoon uitvaartondernemer,” zegt Ton nuchter. “Was er iets urgents, dan appte of belde ik, en dan sprong Albert bij.” Alber: “Als Albert ergens verstand van heeft, ga ik ervan uit dat hij het voor ons goed regelt. Vertrouwen is in zoiets het belangrijkste.”
Blijven doen wat energie geeft
De activiteiten en het personeel zijn overgegaan naar Uitvaartstudio, de naam Claassen blijft. Ton en Alber bouwen hun rol de komende tijd af, maar blijven voorlopig zelf uitvaarten verzorgen. Juist dat deel willen ze nog niet loslaten. “Een uitvaart begeleiden is voor mij ontspannend,” zegt Ton. “Op zo’n dag ben ik even helemaal weg uit alle drukte, en juist het contact met mensen maakt dit werk mooi.”
Wat wel van hun schouders valt, is de verantwoordelijkheid voor de organisatie en het personeel. Volgend jaar bestaat Claassen honderd jaar, een mijlpaal waaraan absoluut aandacht zal worden besteed. “Zo zijn we ooit begonnen, met het verzorgen van uitvaarten,” zegt Ton. “En daar mag het straks ook mee eindigen.”
Begin op tijd
Terugkijkend is er één ding dat de broers andere ondernemers mee willen geven. “Begin op tijd en bereid je goed voor,” zegt Ton. “Wij hebben lang gewacht en uiteindelijk veel op relatief korte termijn geregeld. Dat is dankzij Adagium uitstekend opgepakt, maar zelf hadden we eerder scherp kunnen hebben wat we wilden.” Alber knikt: “Je weet dat je niet tot je zeventigste doorgaat. Wacht dan niet te lang met de stap zetten. En als je eenmaal kiest, ga er dan ook voor, met volle overtuiging.”