Adagium is verbonden aan Stichting Vrienden van Bambanani, dat in oud Afrikaans ‘samenwerken’ betekent. De Vrienden van Bambanani zetten zich al sinds 2005 in voor de jongste generatie in Zuid-Afrika. Gestart vanuit de gedachte dat zij, in plaats van geld, voedsel en diensten schenken. Op dit moment ondersteunen de Vrienden van Bambanani 84 scholen waarvan er in 2020 maar liefst 63 duurzaam zelfredzaam zullen zijn. De wegen van Adagium en Ed Rakhorst, project- en investeringsmanager van de stichting, zijn door de jaren heen duidelijk aan elkaar verbonden. We luisteren naar het verhaal van Ed en het mooie initiatief dat de stichting ontplooid.

Adagium en Stichting Vrienden van Bambanani

Het contact tussen Adagium en Ed Rakhorst is ontstaan als buren. Het kantoor van zijn reclamebureau David raakt merken lag naast dat van Adagium. “Albert en ik kunnen heel goed koffie drinken, verhalen vertellen en acteren op elkaars verhalen. Albert was in 2017 bezig met zijn boek over Veghelse familiebedrijven en stelde voor om de opbrengst van het boek aan de Vrienden van Bambanani te schenken. Hij had immers zelf geen commercieel motief achter dat boek. Een erg mooi gebaar uiteraard en vervolgens heb ik bij de boekpresentatie het verhaal van Bambanani verteld,” zegt Ed. “Los daarvan vind ik in Albert een goede gesprekspartner waarbij ik graag mijn ideeën tegen het licht aanhoudt. Hij fungeert als kritische raadgever om mijn plannen verder aan te scherpen. Tegelijkertijd ontstond er bij Adagium het idee om hun MVO gedachte te koppelen aan Stichting Bambanani. Sindsdien dragen zij Bambanani actief uit binnen hun netwerk,” vertelt Ed.

Een opvallende herinnering aan Adagium

“In de zomer van 2018 besprak ik mijn idee om een container Zuid-Afrikaanse Bambanani wijn in te kopen en te verkopen voor het goede doel. In het kader van onze funding. Het kenmerkt Adagium dat zij direct met het idee kwamen om mij tijdens een van hun netwerkevents een podium te geven. Adagium schonk vervolgens aan alle relaties een fles wijn. Dat denken, koppelen en schakelen is een ware kracht van Adagium. Als een echte verbindende factor vormen zij een goed voorbeeld voor velen,” vertelt Ed.

Een reis die een onuitwisbare indruk maakte

Met zijn bureau David raakt merken heeft Ed Rakhorst zijn strepen verdiend in de reclamewereld. “In 2006 raakte ik betrokken bij Stichting Bambanani om een logo en communicatie te ontwikkelen. Mijn zwager, Eugene Jansen, en zijn broer Tons worden in 2005 door hun oom, Nol Jansen, uitgenodigd om naar Zuid-Afrika te gaan. Ome Nol was de drijvende kracht achter de lokale scholen die nu deel uitmaken van Bambanani. Waar de broers dachten een leuke trip tegemoet te gaan, brengt Ome Nol het nieuws dat hij ernstig ziek is en dat de 57 schooltjes die hij ondersteunt heeft aan hun worden overgedragen. Na mijn presentatie van de huisstijl aan het bestuur van de stichting blijkt dat er nog geen concreet plan is hoe om te gaan met het geld dat zij willen ophalen. Ik besloot om in de herfstvakantie van 2006 mee te gaan naar Phalaborwa in Zuid-Afrika. Een reis die een onvergetelijke indruk op mij maakte,” vertelt Ed.

Laten we gewoon een start maken

Voor Ed was het duidelijk dat hij een positieve bijdrage wilde leveren, zeker toen het bestuur van Stichting Bambanani hem vroeg om bestuurslid te worden. “De armoede was ongelofelijk. Eén op drie kinderen stierf aan HIV aids. Kinderen liepen op blote voeten, er was zware ondervoeding. Phalaborwa heeft haar bestaansrecht te danken aan de grote kopermijn waar het naast ligt. Daar wonen de arbeiders en de schooltjes vangen de kinderen van deze arbeiders op,” vertelt Ed. “De gedachte was, als we nu eens € 50.000,- per jaar bij elkaar halen, dan kunnen we een start maken. Zo zijn we in de periode van 2006 tot 2008 voedselprogramma’s gaan samenstellen waardoor er, elke dag weer, een uitgebalanceerde maaltijd aangeboden kon worden. Los daarvan heeft een samenwerking met DSM een kunstmatige vitamine en mineralen ontbijt opgeleverd, waardoor ondervoeding compleet verdwijnt na een periode van intensieve behandeling. We leerden op basis van visuele aspecten om ondervoede kinderen te herkennen. Glazige ogen, uitpuilende naveltjes, opgezette buiken en vlekken op de hoofdhuid. Het bleek dat de kinderen op school allemaal de hele dag op de grond met hun rug tegen de muur zaten. Waar ik in eerste instantie dacht dat ze een fantastische discipline hadden door stil te zitten en te luisteren, bleek dat ze gewoon geen energie hadden om actief te zijn en zelfstandig te zitten,” vertelt Ed.

Hoe maken we nu écht een verschil?

In mei 2008 kwam de positie van voorzitter van de Stichting Bambanani vrij. “Als ik nu écht verschil wil maken, dacht ik toen, dan moet ik dat als voorzitter doen. Vervolgens ben ik tot februari 2016 voorzitter van de stichting geweest. Dit heb ik grotendeels gecombineerd met mijn rol als groot aandeelhouder in mijn reclamebureau. Ik besloot echter in september 2014, na 16 jaar, om te stoppen met David en nam een sabbatical van een jaar. In 2015 was ik al enkele keren vaker naar Afrika geweest en kreeg ik het idee om een strategisch plan te schrijven voor Stichting Bambanani. Waar staat de stichting in 2020? Waar gaan we écht het verschil mee maken? Dat is niet met enkel die € 50.000,- per jaar ophalen, maar juist ook door mensen zelf de hengels te geven om mee te vissen én om ook een ‘fallback scenario’ aan te bieden zodra ze niet zelfredzaam blijken te zijn of letterlijk last hebben van een terugval,” legt Ed uit.

Bijdragen aan een zelfredzame bevolking

In dit plan hebben de Vrienden van Bambanani voor ogen om 75% van de scholen zelfredzaam te maken. “Op het moment dat ik het plan schreef waren er 84 scholen. Het doel is om in 2020 63 duurzaam zelfredzame scholen te hebben. Dat deze scholen op de lange termijn zichzelf kunnen voorzien van voedsel en dat zij een overheidssubsidie, een Grant, toegekend hebben gekregen. Hierbij wordt er streng toezicht gehouden of deze subsidie ook op de juiste manier wordt besteed. Op deze manier zijn de kinderen niet meer ondervoed omdat er geld is voor samengestelde weekmenu’s.
Er is ruimte voor salaris, dus de vrouwen die op de school werkzaam zijn kunnen hun eigen gezin daarmee onderhouden. Daarnaast is er ruimte voor onderhoud en om een financiële administratie op te zetten. Hierdoor komt de verantwoordelijkheid ook zelf bij de lokale community te liggen,” vertelt Ed.

Teruggeven aan de Zuid-Afrikaanse bevolking

Bambanani ligt duidelijk op schema bij het behalen van het vijfjaren plan. “Waar we vroeger één school per jaar bouwden, maken we er nu vier tot vijf per jaar. Puur omdat het goed georganiseerd is. Daarnaast hebben we ook gekeken naar de opvangmoeders op de scholen. Waar zij eerst op vrijwillige basis in feite als oppas fungeerden, willen we deze vrouwen nu opleiden tot onderwijzeressen. Zo verbeteren we het onderwijs richting de kinderen, maar krijgen ze nu de kans om aan een eigen carrière te werken. Het is mooi dat de Zuid-Afrikaanse overheid sinds januari 2019 de officiële erkenning van deze opleiding heeft gegeven en de vrouwen een officieel Zuid-Afrikaans diploma ontvangen. Dit is een mooi voorbeeld van waar we met Bambanani naar toe willen. Namelijk om de stichting terug te geven aan de Zuid-Afrikaanse bevolking,” vertelt Ed.

Het tegengaan van ondervoeding

“We hebben inmiddels een lokale NGO opgezet, de Bambanani Community Development Organisation, die volledig Zuid-Afrikaans en onafhankelijk van de overheid is. Ik werk momenteel aan een plan voor de komende vijf jaar waarbij de organisatie door een team van vijf medewerkers wordt klaargestoomd om volledig zelfstandig gerund te worden door de Zuid-Afrikaanse bevolking,” licht Ed toe. Een ander initiatief waar Stichting Bambanani nu mee bezig is, is het opleiden van tuinmannen. “Het klimaat in Zuid-Afrika is uitermate gunstig, dankzij de speciale foodtunnel die we ontwikkeld hebben kunnen we zes tot acht keer per jaar oogsten. We zijn nu bezig om iemand aan te nemen die tuinmannen gaat trainen, met het idee dat de eigen groentetuin bij school een betere productie oplevert. Zo produceert iedere school zijn eigen voedsel. Goede voeding is ontzettend belangrijk en gaat ook ondervoeding tegen. Met name de eerste 1.000 dagen van een kinderleven, waarin de basis wordt gelegd voor een goede botstructuur, de ontwikkeling van de organen en ook hersencapaciteit bepaald wordt, is goede voeding een vereiste. Door ondervoeding blijft deze ontwikkeling van de kinderen achter. Dat kinderen kleiner blijven is minder erg, maar dat de hersencapaciteit zich niet voldoende ontwikkelt, maakt dat het kind nooit zo slim wordt als dat het had kunnen zijn. Die wetenschap doet pijn en juist dat gaan we tegen met onze samengestelde voedselpakketten,” vertelt Ed.

Subsidie voor de scholen maakt het verschil

Juist in die eerste kwetsbare levensjaren van kinderen is het belang van goede voeding, opvang en veiligheid ontzettend belangrijk. “Bij het bouwen van een nieuwe school starten we altijd met het neerzetten van een hekwerk. Dit om te laten zien dat dit een veilige en vertrouwde plek is voor kinderen. Vervolgens bouwen we binnen dat hekwerk alle faciliteiten die nodig zijn,” vertelt Ed. “Om überhaupt subsidie te krijgen van de Zuid-Afrikaanse overheid is het noodzakelijk om veel faciliteiten te bouwen. Zij wilden namelijk het bewijs dat wij het serieus namen en bereid waren hierin te investeren. Na het bouwen van de eerste ‘uitgebreide school’ in 2011 kregen we dan ook subsidie. Subsidie maakt in Zuid-Afrika écht het verschil tussen een arm schooltje waar niets kan en een rijke school waar ineens salarissen betaald worden, waar voldoende voedsel en water is en waar kinderen opgeleid worden. Op dit moment zijn we constant bezig met het renoveren, herbouwen en bouwen van scholen met deze ‘uitgebreide’ faciliteiten,” vertelt Ed.

Gewoon door blijven gaan

“Mijn focus ligt nu op het opschroeven van de funding. Dat doe ik door het verhaal te vertellen. Inmiddels ben ik 44x in Zuid-Afrika geweest. Op dit moment zijn we bezig om het Bambanani Education Centre op te zetten en te bouwen in het meest bekende township in Zuid-Afrika, Namakgale. De wens is om dit opleidingscentrum te voorzien van behuizing voor vrijwilligers en een kantoortje voor de stichting zelf, waarbij alles draait om opleiding,” vertelt Ed. “Mijn doel is om het vijfjaren plan van Bambanani tot 2020 te volbrengen. Daarna zal ik me bezighouden met het verder inrichten van de zelfstandige NGO. Daar lopen nu de gesprekken voor om investeerders voor te vinden. Ik verwacht dat ik steeds meer als klankbord en coach zal fungeren, los van mijn inzet in Afrika en het werven van donateurs wat door zal blijven gaan,” vertelt Ed.

Ga op zakelijke expeditie naar Zuid-Afrika

Zou jij als ondernemer willen zien wat Bambanani in Zuid-Afrika doet? Misschien is dan één van deze ondernemersreizen interessant voor je. South Africa Travel organiseert zakelijke expedities voor zakelijke vrijheidsstrijders. Meer ruimte voor nieuwe ideeën! Klik hier voor meer informatie.