Rob Oorthuizen staat aan het roer van familiebedrijven Oté Pharma BV en Oté Optics BV. Hij vertelt in het boek ‘Ons Verhaal II‘ over het ontstaan en de ontwikkeling van zijn onderneming. 


“Ondernemen biedt een geweldige vorm van vrijheid”

Oté Pharma BV en Oté Optics BV zijn bekende namen in de optiekmarkt. Wim Oorthuizen pionierde in de jaren ’80 als eerste generatie in deze groeimarkt. Zoon Rob Oorthuizen bracht het familiebedrijf naar het internationale toneel. Het Udense bedrijf is groot geworden door normaal te blijven, dat zit nog steeds verankerd in de bedrijfscultuur.

Vader Wim startte in 1979 het bedrijf aan huis. Rob vertelt: “Vanuit zijn vorige baan in de farmaceutische industrie was mijn vader voor het eerst in aanraking gekomen met contactlenzen en vloeistoffen. Hij zag de potentie in deze nieuwe ontwikkeling en importeerde als een van de eersten in Nederland contactlensvloeistoffen vanuit Zwitserland. De eerste zeven jaar heeft hij het bedrijf op deze manier gerund. Handel inkopen en gewoon langsrijden bij opticiens in Nederland. De markt was echt nog in opkomst. In 1983 was Oté het eerste bedrijf in de markt dat private label producten verkocht. Later volgden ook eigen merken van Oté. In die periode groeide het bedrijf mee met de opticiens. Mijn vader luisterde heel goed naar de vraag van zijn klanten. Daar pasten we de producten dan op aan. Medio jaren tachtig kwamen de eerste medewerkers in dienst en ruim dertig jaar geleden werd het eerste bedrijfspand gekocht”.

Oté zette in 1996 een grote stap voorwaarts met de ingebruikname van een fabriek met eigen productie-unit. Rob: “De fabriek was een flinke investering, maar bracht ons extra productiecapaciteit en meer aantrekkelijke marges. Daardoor ontstonden er ook flinke kansen voor distributie in het buitenland. Mijn vader zag deze mogelijkheden wel, maar wilde hier zelf niet op inspringen. Hij had niet zo’n trek in al dat reizen. Ik was 24, net klaar met mijn opleiding Small Business en zag dat juist helemaal zitten. Als kind werkte ik in de zaak om iets bij te verdienen, maar ik had er vooraf nooit over nagedacht om fulltime in het bedrijf te gaan werken. Er lag geen uitgedacht plan maar het leek mij een leuke uitdaging om mijn tanden in te zetten. Van mijn vader kreeg ik alle ruimte om buitenlandse markten te bezoeken, te netwerken en te proberen om een voet aan de grond te krijgen. Dat was in de eerste jaren pittig, omdat er in het buitenland veelal bestaande netwerken waren waar ik niet eenvoudig tussenkwam. Na drie jaar eindeloos reizen en duwen kreeg ik eindelijk het voordeel van de twijfel. Na het eerste land waar we een distributeur vonden, ging het wiel steeds sneller draaien. Als je de gunfactor hebt en je de afspraken nakomt, bouw je in deze markt écht aan duurzame relaties. Er volgden meer landen en momenteel zijn we actief in vijftig landen waar we onze contactlensvloeistoffen verkopen”.

Oté - Adagium Bedrijfsoverdrachten

Bedrijfsopvolging

Een toekomst in het bedrijf werd in de kinderjaren niet besproken. Pas toen Rob en zijn broer Frank, die ook in het bedrijf werkte, een aantal jaren in het bedrijf werkten kwam het ter sprake. Rob: “Mijn broer en ik werkten allebei in het bedrijf maar hadden geen belang in de onderneming. Ik had daar wel interesse in, mijn broer bleek dat later niet te hebben. Onze vader vroeg ons om samen het gesprek aan te gaan over eventuele opvolging en daar op de juiste manier invulling aan te geven. Mijn broer en ik hadden totaal andere werkideeën en ambities. Nadat ik het balletje bij hem opgooide, kwam hij al snel tot de conclusie dat hij een andere weg wilde bewandelen. Zo kocht ik in 2001 de helft van alle aandelen en bleven mijn ouders eigenaar nog voor 50% eigenaar. Daarbij werden we bijgestaan door een adviseur, maar de besprekingen vonden gewoon plaats aan de keukentafel. In die periode hebben we ook direct afspraken gemaakt voor het verdere verloop, waarbij ik de intentie had om uiteindelijk volledig eigenaar te worden. In 2013 hebben we het tweede deel van de aandelenoverdracht uitgevoerd. Zo ben ik nu voor 90% eigenaar en bezitten mijn ouders nog altijd de laatste 10% van de aandelen. Vader is nu 76 jaar maar komt nog steeds iedere dag naar de zaak, wat natuurlijk prachtig is”.

Momenteel werkt Rob 25 jaar in het familiebedrijf, waarbij er een duidelijk verschil is tussen Rob van de beginjaren en van vandaag de dag. “Als kind liep ik al rond in het bedrijf en in mijn eerste jaren was ik werkelijk een manusje van alles. Ik was een bekend gezicht en de eerste tien jaar droeg ik de stempel ‘de zoon van’. Dat veranderde naarmate ik ouder en meer ervaren werd, een vorm van natuurlijk leiderschap deed zijn intrede”.

Vrijheid speelt een grote rol

“Vader was uiterst commercieel en hechtte ontzettend veel waarde aan eerlijkheid”, legt Rob uit. “Daar heb ik veel van geleerd. Transparant zijn en geen onzin accepteren. Hij hield altijd vast aan zijn koers en was klantgericht, zonder daar zichzelf in te verliezen. Zodra er een probleem geconstateerd werd, zette hij de schouders eronder om tot een oplossing te komen. Die kenmerken van nuchterheid zitten nu nog steeds in het bedrijf en geef ik door aan de medewerkers. We geven hen vertrouwen en alle ruimte om naar eigen inzicht te handelen. Daarbij is het wel van belang dat iemand doet wat hij zegt én zegt wat hij doet. We moedigen ze aan om zich, op een respectvolle manier, uit te spreken richting een ander. Mede hierdoor wordt de oprechte en no-nonsens cultuur van Oté in stand gehouden”.

Het is onzeker of er een derde generatie aan het roer komt. Rob: “Het is nog te vroeg om daar iets zinnigs over te zeggen, gezien de jonge leeftijd van mijn kinderen. Het is zeker niet iets waar we vanuit gaan. Primair blijf ik liever vader voor mijn kinderen. Ik wil ze echter wel de vrijheid bieden om zelf de keuze te maken. Er zit hoe dan ook wel een gat in de overdracht. Vandaar dat ik de komende vijf jaar wel een plan ga uitwerken om de bedrijfscontinuïteit veilig te stellen. Mijn focus binnen Oté blijft voorlopig liggen op het runnen van een leuk bedrijf. Ik wil bouwen en creëren, maar daarbij wel de vrijheid behouden om mijn leven te leiden zoals ik dat wil”.